Jethro Van Thuyne schrijft muzieknoten, voert deze amper uit, schrijft woorden en beoefent krampachtig − doch succesvol − de stilte. Hij woont met Anke en twee katten in het centrum van Antwerpen, en vult het huis met ongelezen boeken, onafgewerkte manuscripten en onbespeelde etnische instrumenten.
Een en ander raakt wel afgewerkt. Die vruchten vindt u hier soms terug.
Composities
» 2006 :
Chanson pour Elle : sopraan, klarinet in A en piano.
» 2007 :
Enfantillages : piano solo
Transcripties *
» 2010 :
La Balancelle (Gabriel Yared) : piano solo
» 2010 :
The Diving Bell and the Butterfly (Paul Cantelon) : piano solo
Opnames van eigen composities vindt u hieronder.
» later
Copyright © 2004-2010 by Jethro Van Thuyne.
Alle audio-opnames en bladmuziek (met uitzondering van de transcripties) mogen vrij
worden gekopieerd en verspreid, zolang er expliciet wordt verwezen naar de auteur van
het werk. De muziek mag niet worden gebruikt in werken van commerciële aard, en
mag niet worden bewerkt zonder voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming.

* Omdat het moet: de getranscribeerde muziek is algeheel
eigendom van de respectievelijke componisten. De transcripties mogen niet worden
uitgevoerd of met (of zonder) commercieel oogmerk worden verspreid zonder hùn
uitdrukkelijke toestemming.
* The transcribed music is property of its respective
composers / owners. The transcriptions may probably not be (publicly) performed or commercially
distributed without their explicit consent.
20 juni 2010
Nu de zon almaar vroeger wekt en de kans op sneeuw er niet bepaald
groter op is geworden, is het stilaan tijd om mijn tabakspijp voor een
laatste maal schoon te maken en een zomervoorraad sigaren in te slaan.
Mijn rookpraktijken binden zich aan het seizoen, net zoals de lengte van mijn
baardharen of mijn grondige weerzin jegens gebarbecued vlees. Van Rompuy
weet het nog niet, maar rustige vastheid is weinig meer dan het
comfortabele metrum dat zich alla breve tussen nieuwjaar en oudjaar beweegt.
Winter, zomer, en winter en zomer. Geen verrassingen, geen hemiolen met
ingehouden adem of opeengeperste lippen. Enkel dit, dan dat.
Met de blijde wederkeer van het gerolde tabaksblad komt ook een zekere
wandeldrift. En al heeft een rustige avondtocht naar de Scheldekaaien meer dan
enige charme, er is nooit de oude geur van graanvelden of zongedroogd grasland,
en in al die urbane efficiëntie is natuurlijk geen ruimte voor de gebarsten
aders van Oostrozebeeks kronkelasfalt. Het is nu de zon iets ostinater aanwezig
is door tramglas en aangelegd stadsparkgroen, dat het vage heimwee naar
landelijkheid terug de kop opsteekt. Het zijn de kindzomers die ik mis, in de
vlakke zon, tussen paardenbloemen en brandnetels en braamstruiken. De kleine
rode fiets in het gras en het stuur in een koeienvlaai waarvan enkel de bovenste
centimeters verdroogd bleken.
Semplice. Geen dwingende hand op vijf-voor-twaalf, alle urgentie voor de komende
jaren zorgvuldig opgeborgen in Pandora's matglazen bokaal. Er zijn wolken die
lijken op schildpadden en de kerktoren aan de horizon golft heen en weer op de
hete lucht.
Ik moest mijn avondsigaren maar eens in Oostrozebeke oproken, im Abendrot.
Sporadisch een schildpad blazen. Geen verrassingen.
Fait Divers
14 juni 2009
Juni is regenachtig en kille wind houdt het voetvolk uit het park. Het is met
willekeurige precisie dat druppels in de Victoriaanse waterbocht duiken, en
één bocht verder houdt verkoudheid de wacht. Onder het doffe
geroffel slenter ik alleen over het modderzand.
Het is waardig treuren in het park van de chassidim wanneer zij in hun huizen
schuilen, en er enkel stadsduiven door het groen bladeren. Waardigheid is een
weloverwogen stap, een smeulende corona gorda en een Unendliche Melodie
die nooit in besliste potloodtrekken op schrift wordt gesteld. Het is ook
krankzinnig neuriën om de rouw te doven.
Over 80 jaar schaduwleven dat zonder reden opgaat in rook, valt wellicht langer
te contempleren dan een leven toelaat. Net als over het minimalisme waarmee die
jaren worden afgesloten, in twee persberichten, twee faits divers om het weekend
mee door te komen. Ik verwacht dat het nog lang kan regenen.
Slaapwel, oma.
Springtij
16 december 2007
En alle zekerheid lijkt verankerd in het smeltende hars. Een kerstboom die
leegbloedt in onbuigzame strepen, in gevangen potgrond en in vochtige weemoed.
Door het raam zie je het hersenloze heen- en weergeloop, de donkere hoeden op
hoofden van norse heren, en de gapende leegte van feestelijkheid. Hoogtij van
ether en het ijle, van ledige lucht in een eeuwige nageboorte, waarvan relieken
zinloos worden omklemd, gulzig in de klauwen van duizenden schimmen. Als de
sluitertijd lang genoeg is, zie je enkel nog de essentie; de leegheid en
vaagheid van een slordig sfumato — een afgrijselijk tableau, een portret
van de mens.
En temidden van die kille drukte, modderen de wintergeesten maar wat aan.
Bang voor de eerste krokussen, en voor meiklokjes misschien.
Hegemon
28 november 2007
Dat een schrijfster het vermag om op de verjaardag van vermaledijde
ondergetekende deze dode blog te bezoeken, en deze op de koop toe te verrijken
met een commentaar, is een teken. Een ontsnapt signaal uit het verborgene,
ontschoten uit de achterzijde van ons wild tollende universum dat nooit stopt
zorg te dragen voor halfvergane antiquiteiten. Jawel, ook Fortuna vergeet niet,
en in deze tijden van storm had ik niet eens mijn schoentje gezet. Een stil jaar
is nooit een stil jaar. Bij deze pluk ik thans mijn pen en inktpot terug uit
de wilgen, schuur ik het roest van het vertrouwde kroontje en wend ik mij weerom
tot u.
In de wankele stilte van het voorjaar des Heeren
mmvii heb ik mijn biezen en andere
valiezen gepakt, en heb ik mijn dierbare boerengat verlaten. De treurwilg was mij
ontgroeid, en zijn schors was de mijne niet meer. Vaalbruin was het gras
gekleurd, de krokussen waren dood ter wereld gekomen, en bij mijn laatste bezoek
bleek mijn trouwe zitbank vermolmd en begroeid met paddenstoelen;
macabere gezichten, als druipkaarsen gesmolten over de armleuning van mijn
ontzielde mijmerstee. Inmiddels heeft men mij ginds vervangen door een kleine,
staartloze hond.
Amor bracht mij met zijn sterke vleugels naar Antwerpen, de stad waar nog
voetgangers wachten op het groene licht en hoeren mij gaarne aanspreken op het
Astridplein. De meeste straten zijn hier voorzien van een stoep, en aan mijn
schoenzolen kleeft niet langer de vochtige aarde van mijn vroegere
avondwandelingen. Ik betrek hier mijn eigen schoon verdiep, waar de zon mij
's ochtends wekt, en waar ik in Lydische modus ochtendmuziek van hout, ivoor en
vilt improviseer voor mijn geliefde, die in de morgenstond haar droomdraadjes
ontwart in zonnestralen, door het raam weerkaatst op het bladgoud van Der
Küss.
Bij wijlen is het geluk heerszuchtig, en dwingt het zich onbuigzaam op mijn
geest en mijn lijf. En het mag; ditmaal zal ik dulden.
Fiat Lux
12 januari 2007
«Sit… LUX!» et
lux fiat, en zich wezenloos geschrokken wordt het ontstelde Wezen prompt gekooid
in de maquette van zijn eigen glans. In minder dan een oogwenk wordt het een
gijzelaar van diens lichtvaardig ontsnapte woorden en nu gevangen en ontbloot in
het kwetsbaarste wit, wordt het vleugellam gemaakt door de plotse, begerige
tastbaarheid van het niets, en de grijpbaarheid van wat eigenlijk nooit was.
De fotonen jeuken op zijn huid en verward spant het Wezen het popeline donker
over het geraamte van zijn inderhaast gesproken sterren. In wanhoop verbergt het
zich, in schaamte siddert het, en het ijlt over schubben en vachten, over lover
en ribben. Met zijn tranenvloed tracht het te vernietigen wat eens niet was, maar
alles is onomkeerbaar geworden.
In verbouwereerde stilte slaat het Wezen gade, de schade die gesproken is.
Gauloises
9 januari 2007
Ik steek er eentje op, en doe alsof mijn saffie niet naar de zomer smaakt, en dat
de smaak mij niet herinnert aan verliefd zijn, en aan Joni Mitchell op een te
warme dag, met een hemel waarin de met mondjesmaat verdeelde wolken de zon
voorbijgrazen, wolken waarin gezichten van radeloze meisjes kunnen worden
herkend.
En ik denk niet aan haar woorden of haar tongval. Ik herlees haar brieven niet,
en evenmin voel ik haar huid op de mijne.
Ach, wat maak ik mijzelf wijs. Mijn sigaret omvat haar. Ze smeult.
Copyright © 2006-2010 by Jethro Van Thuyne.
Alle teksten mogen vrij worden gekopieerd en verspreid,
zolang er expliciet wordt verwezen naar de auteur van het werk. De teksten mogen
niet worden gebruikt in werken van commerciële aard, en mogen niet worden
bewerkt zonder voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming.
| Jan Aelberts | schrijver en dichter |
| Karloman Elbers | regisseur |
| Ilse Kerkove | beeldend kunstenares |
| AMUZ | centrum voor oude muziek te Antwerpen |
| GNU Lilypond | open source en gratis muzieknotatie-programma |
| Crescendo Music | partituren in Antwerpen (code & ontwerp: jvt & TSA) |
| Junnekes recepten | Ankes receptenwebsite (code & ontwerp: jvt) |
Voor meer informatie over privélessen piano of notenleer, voor
arrangementen, compositie- en transcriptie-opdrachten en minder specifieerbare
tijdingen kan u telefonisch contact opnemen op het nummer
, of per e-mail via
.
Trager gaat ook. Geïnkte missiven kan u voldoende gefrankeerd richten tot:
U krijgt dan antwoord op redelijk sympathiek briefpapier.

